One Architecture

 

OHS (Olympische Hoofdstructuur) Fase 2

De kern van het advies (download ppt) (download rapportage) is dat Nederland in principe klein is om de Olympische Spelen te willen organiseren. Het is ruimtelijk klein. Het is organisatorisch versnipperd. Het is mentaal klein. Hoe groot te plannen in een klein land?

Er zijn twee manieren om daar mee om te gaan. De eerste is om de meeslepende schaal van de Olympische Spelen te forceren, en de tweede is op basis van die kleinheid slimheid en flexibiliteit te ontwikkelen.De spanning tussen deze twee dimensies werd continue aangetroffen terwijl er aan de OHS gewerkt werd. In de vraag of er gefocused moet worden op de Olympische Spelen of op het Olympische Plan. Tussen een focus op de kandidaatsteden Amsterdam en Rotterdam of op hun omgeving. Tussen ruimtelijk beleid maken met de OHS of ruimtelijk beleid volgen. Tussen de IOC-richtlijnen en het pro-actief werken aan veranderingen hierin. Tussen concentratie en distributie van functies. (Frieling volgend kan gesteld worden dat deze spanning de centrale vraag van planning in Nederland in de laatste 6 decennia weer acuut maakt)

Het Olympisch Plan, zo luidt de analyse, vormt een mooie manier om met deze spanning om te gaan, maar faalt vanuit planningsperspectief. De tijdsdimensie van planning is immers veel groter als de tijdsdimensie van draagvlak.
Het resultaat van One Architecture’s werk in deze fase van de OHS is de uitvinding van een mechaniek om met deze spanning in het domein van de ruimtelijke ontwikkeling om te gaan. Er wordt een manier van plannen voorgesteld die vanuit de breedte steeds verder focust, meer een routekaart dan een ontwerp. Op die manier ontstaat een manier van plannen waarin maatschappelijke discussies en ontwikkelingen een plek kunnen krijgen, niet door het plan te veranderen maar door vanuit de breedte steeds wissels te definiëren waardoor het plan zich gaat focussen. Met die wissels ontstaan ook de voor de politiek zo belangrijke exitmomenten.